U bevindt zich op: Home › Onderwerpen
De geschiedenis van de grootboeken der nationale schuld
gaat terug naar 1815. Nadat Willem I in 1813 een lege staatskas en
een grote, uit allerlei leningen bestaande staatschuld had
aangetroffen, werd tot de uitgifte van een 2½ % grootboeklening
besloten. Deze vorm van eeuwigdurende schuld werd naar Frans
voorbeeld ingericht. Daar de staatskas naar verwachting niet snel
zou verbeteren werd een werkelijke schuld en een uitgestelde schuld
in het leven geroepen. De werkelijke schuld werd ingeschreven in
het grootboek en houders ontvingen, ongeacht de afgesproken rente
en looptijd van de oorspronkelijke lening, vanaf dan 2½ % rente,
halfjaarlijks uit te keren. In de loop der tijd zijn er nog een
aantal grootboekleningen uitgegeven.
De thans nog lopende grootboekleningen bestaan uit:
2½ % grootboeklening
3 % grootboeklening
3½ % grootboeklening
Deze grootboekleningen zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam.
Naast een inschrijving in een grootboek zijn er fysieke schuldbewijzen in omloop gebracht. De oudste vorm, het klassieke schuldbewijs (K-schuldbewijs), bevat een mantel en coupons. De houders van deze schuldbewijzen bewaren deze schuldbewijzen meestal thuis en innen hun rente door het inleveren van de vervallen coupons bij De Nederlandsche Bank (DNB).
In 2010 vervallen voor alle grootboekleningen de laatste coupons. Traditioneel zou er na inlevering van de mantel weer een nieuw schuldbewijs met nieuwe coupons afgegeven worden. Een dergelijke omslachtige en kostbare operatie wordt echter niet meer van deze tijd geacht en daarom is er een alternatief uitgewerkt. Houders van schuldbewijzen kunnen na het vervallen van hun laatste coupons de mantel opsturen naar het Agentschap van het ministerie van Financiën in Den Haag. Na ontvangst wordt het nominale bedrag ingeschreven in het schuldregister van de gelijkrentende grootboeklening. Zij krijgen de rente automatisch uitbetaald op een door hen aangegeven bank- of girorekening. Tevens ontvangen zij net zoals bij een bank rekeningoverzichten en een jaaropgave. Hiermee behoren het bewaringsrisico en de gang naar DNB voor het innen van de rente tot het verleden.
De mantel kan worden opgestuurd naar:
Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie
van Financiën,
Postbus 23887,
2502 GW Den Haag.
Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met de heer H. Dwars, telefoon 070 - 3428017 óf de heer E. Wolff, telefoon 070 - 3428069.
In de Regeling inschrijving grootboekleningen, die is vastgesteld op 1 januari 2009, is dit alternatief geformaliseerd.