U bevindt zich op: Home › Onderwerpen
Het uitgeven (primair) en de handel (secundair) in staatsleningen vormen onderdelen van de kapitaalmarkt. De term ‘kapitaalmarkt’ omvat het geheel van relaties, transacties, regels en gebruiken tussen banken, pensioenfondsen, verzekeraars, centrale banken, beleggingsfondsen en andere financiële partijen dat de prijsvorming en handel in onder meer obligaties (derivaten etc.) bepaalt.
Het onderscheid tussen de geldmarkt en de kapitaalmarkt is de looptijd. In de definitie die het Agentschap hanteert loopt de geldmarkt van 0 tot 1 jaar en de kapitaalmarkt van 1 tot 30 jaar. Het Agentschap is op de kapitaalmarkt actief in euro’s. In de Outlook 2010 is aangekondigd dat het Agentschap in 2010 mogelijk een obligatie in Amerikaanse dollars zal uitgeven indien hiermee een financieringsvoordeel wordt behaald.
Staatsobligaties, oftewel Dutch State Loans (DSL's), worden
uitgegeven om de financieringsbehoefte van de Staat te dekken. Een
staatslobligatie is een schuldbewijs. De houder van een
dergelijke staatslening heeft een vordering op de Staat en de Staat
heeft de verplichting tot het betalen van rente en aflossing aan de
houder van zo’n obligatie. Het belangrijkste kenmerk van een
staatslening is de zekerheid: de Nederlandse Staat heeft de hoogst
mogelijke kredietwaardigheid (AAA) en staat garant voor tijdige en
volledige betaling van rente en aflossing. Sinds jaar en dag wordt
de Nederlandse Staat op de financiële markten, net als bijvoorbeeld
de Duitse en Franse Staat, als de meest veilige en betrouwbare
debiteur gezien.
Staatsleningen hebben een vaste looptijd. Zo wordt er bijvoorbeeld
ieder jaar een obligatie met een looptijd van 10 jaar uitgegeven.
Jaarlijks ontvangt de houder van zo’n lening rente, voor de
tienjaarslening altijd op 15 juli. Deze jaarlijkse rente wordt ook
wel ‘couponrente’ genoemd, wat verwijst naar de tijd dat een
obligatie bestond uit een hoofdblad (mantel) met daaraan een aantal
couponnen. De houder kon jaarlijks de betreffende coupon losknippen
en bij de bank inleveren om rente te ontvangen. Tegenwoordig gaat
de rentebetaling via elektronische weg, maar het begrip coupon is
blijven bestaan.
DSL’s worden geveild via 2 technieken: de toonbankveiling en de Dutch Direct Auction. Zie voor meer informatie het Onderwerp Veilingmethoden. Informatie over de DDA vindt u bij het Onderwerp DDA.
Wanneer coupons en obligaties onafhankelijk van elkaar
verhandeld kunnen worden, spreekt men van 'strips'. Deze
afkorting staat voor 'Seperate Trading of Registered Interest
and Principal Securities'. Alle obligaties van Nederlandse
staatsleningen zijn ‘stripbaar’.
Door het strippen van een obligatie valt deze uiteen in
afzonderlijke cashflows: de individuele jaarlijkse couponbetalingen
en de hoofdsom. Het rendement op deze cashflows wordt bepaald door
het verschil tussen aan- en verkoopwaarde van deze instrumenten. De
aanschaf van afzonderlijke cashflows is interessant voor partijen
die verplichtingen op een specifiek moment willen afdekken, zonder
tussentijds te worden geconfronteerd met een herbeleggingsrisico
als gevolg van couponbetalingen. Tevens vormen strips een geschikt
instrument om een beleggingsportefeuille aan te passen.
Evenals staatsleningen vallen strips onder de Wet Giraal
Effectenverkeer. De procedure voor settlement en betalingen van
coupons en aflossingen is gelijk aan die bij normale
staatsleningen. De handel in strips vindt onder andere plaats via
Euronext.
Hier vindt u de ISIN-codes van de stripbare obligaties en de strips.
05-11-2009
Dit is de link naar de uitgiftekalenders van het Agentschap.
Publicatie | 02-11-2009
Dit is de link naar de jaarlijkse publicatie van het Agentschap.